Alles over sport logo

Volwassenen in een lage sociaaleconomische positie: wat drijft en belemmert hen bij sport en bewegen

Volwassenen in een lage sociaaleconomische positie (lage SEP) bewegen minder dan mensen in een hoge SEP. In dit artikel zoomen we in op hoe het komt dat zij minder bewegen, welke belemmeringen zij ervaren, wat hen juist wel motiveert en hoe je als professional drempels kunt wegnemen.

Beweeggedrag lage SEP 

Het percentage Nederlanders van 25 jaar en ouder dat voldoende beweegt, neemt toe met het opleidingsniveau. In 2023 was het percentage theoretisch opgeleiden van 25 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijnen bijna anderhalf keer zo groot als het percentage praktisch opgeleiden (50% versus 34%). Het percentage theoretisch opgeleiden dat wekelijks sport, is bijna drie keer zo groot (74%) als het percentage (27%) praktisch opgeleiden[1-3]. Theoretisch opgeleiden brengen op een gemiddelde dag meer tijd zittend door: 10 uur versus 8,2 uur. Bekijk deze infographic voor meer cijfers en feiten.

Definitie lage SEP

Mensen met een praktische opleiding en een laag inkomen behoren tot de lage SEP-groep, volgens het RIVM. Onder praktische opleidingen vallen basisonderwijs, vmbo en mbo-1. Een laag inkomen is de laagste 20% van het huishoudinkomen. Tot de hoge SEP-groep behoren mensen met een theoretische opleiding (hbo en wo) en een huishoudinkomen dat behoort tot de hoogste 20%.

Belemmeringen lage SEP

Waarom bewegen mensen in een lage sociaaleconomische positie minder? Een rapport van het Mulier Instituut (2022) en CBS-onderzoek (2023) beschrijven een aantal veelvoorkomende redenen.

  • Deze groep heeft allereerst minder geld te besteden. Dat is een drempel voor lidmaatschap van een sportaanbieder en bijkomende (sociale) activiteiten zoals een drankje na afloop. Daaromheen speelt meer, zoals stress of gevoelens van schaamte om financiële ondersteuning aan te vragen om te kunnen sporten en bewegen.
  • De vindbaarheid van regelingen is niet altijd goed en is heel verschillend per gemeente, blijkt uit bovenstaand rapport van Mulier Instituut.
  • Mensen in een lage SEP ervaren vaker problemen met hun gezondheid, zoals een lichamelijke beperking of langdurige aandoening, zoals diabetes type 2. Een groot deel heeft minder gunstige arbeidsomstandigheden voor deelname aan sport. Denk aan onregelmatige diensten die ongunstig overeenkomen met sportaanbod. Of denk aan een fysiek actief beroep. Mensen met een fysiek beroep ervaren dat als voldoende beweging. 
  • Mensen in een lage SEP hebben minder vaak voldoende kennis over een gezonde leefstijl en over de gezondheidsvoordelen van sporten en bewegen. Een deel van hen is laaggeletterd waardoor informatie niet goed begrepen wordt..
  • Vaker zijn mensen in een lage SEP niet opgegroeid in een omgeving die sport en bewegen stimuleert. Het ontbreekt dus vaker aan rolmodellen en sport is minder vaak een norm.
  • Vaak is het ook een stapeling van al deze problemen die het extra uitdagend maakt om de barrière te doorbreken

Wanneer gaan mensen in een lage SEP meer bewegen?

Hoe kunnen we meer mensen in een lage SEP laten sporten en bewegen? Door belemmeringen weg te nemen en in te haken op de motieven, die voor hen belangrijk zijn[4].

  • Zorg voor een beweegaanbod met laagdrempelige en goedkope activiteiten, dat aansluit op de behoeften. En zorg daarbij dat in het aanbod aandacht is voor het sociale aspect.  
  • Zet sleutelfiguren en rolmodellen in de wijk in om mensen te enthousiasmeren en motiveren om in beweging te komen of mee te doen. 
  • Maak het mogelijk dat ze kunnen sporten en bewegen zonder meteen voor een langere termijn lid te hoeven worden. Het werkt stimulerend als men zelf de tijdsduur, het moment van bewegen en de intensiteit kan bepalen. 
  • Houd informatie over financiële ondersteuning voor sport en bewegen overzichtelijk en goed vindbaar. En houd daarbij rekening met laaggeletterdheid. In de Tipkaart laaggeletterdheid in de sport vind je tips over hoe je duidelijk en eenvoudig kunt communiceren.
  • Hanteer een wijkgerichte aanpak waar sport, zorg en welzijn samenwerken. Gezamenlijk bereik je een grotere groep belemmerende problemen weg te nemen en de boodschap van een gezonde leefstijl en het belang van bewegen uit te dragen.  Een buurtsportcoach kan een verbindende rol spelen. Een buurtsportcoach legt verbindingen, is idealiter beschikbaar voor de doelgroep en kent het lokale aanbod. Meer over samenwerken in de wijk vind je in de Wijktekening.

Lees meer

Bronnen

  1. RIVM. Sport en bewegen in cijfers. Sportdeelname wekelijks. Beschikbaar op: https://www.sportenbewegenincijfers.nl/kernindicatoren/sportdeelname-wekelijks. Geraadpleegd op: 18 mrt 2025.
  2. RIVM. Sport en bewegen in cijfers. Beweegrichtlijnen. Beschikbaar op: https://www.sportenbewegenincijfers.nl/kernindicatoren/beweegrichtlijnen. Geraadpleegd op: 18 mrt 2025.
  3. RIVM. Sport en bewegen in cijfers. Zitgedrag. Beschikbaar op: https://www.sportenbewegenincijfers.nl/kernindicatoren/zitgedrag. Geraadpleegd op: 18 mrt 2025.
  4. RIVM. Supplement rapport: Belemmeringen en drijfveren voor sport. Beschikbaar op: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2016-0201_supplement.pdf. 2016.

Meedoen door sport en bewegen
Eerstelijnszorg, In de wijk, Sportaanbieders
Volwassenen
public, professional
tips
in beweging brengen, kwetsbaarheid, lage inkomens, monitoring en evaluatie