
Een groot deel van de investeringen in sport komt van de sporters zelf[1], bijvoorbeeld in de vorm van een lidmaatschap bij een vereniging of een abonnement bij een sportschool. Een belangrijke vraag is dus: blijven mensen geld aan sport uitgeven als hun financiële situatie verslechtert, of als de kosten van sport toenemen? En geldt dat dan voor alle typen mensen en alle typen sporten? Of zijn er verschillen? Kennis hierover helpt sportaanbieders en gemeenten te bepalen in hoeverre ze de prijzen voor het sportaanbod kunnen verhogen – en wat daar de impact van is.
De meeste cijfers uit dit artikel komen uit onderzoek dat het Mulier Instituut doet naar de individuele uitgaven aan sportdeelname. We lichten ze kort toe.
Hoeveel geld steken mensen in welke sport?
Een sport beoefenen kost meestal geld, denk daarbij ook aan kleding en uitrusting. In de Factsheet bestedingen per uur sporten bekeek het Mulier Instituut in 2018 hoeveel geld (en tijd) mensen in specifieke sporten steken. De belangrijkste conclusies waren:
- Voor alle onderzochte sporten (fitness, golf, hardlopen, tennis, wandelen, wielrennen en zwemmen) geldt dat mensen met een bovenmodaal inkomen meer uitgeven aan dezelfde sport, dan mensen met een benedenmodaal inkomen.
- Aan golf geven mensen het meeste geld uit, aan zwemmen, wandelen en hardlopen het minste geld.
- Het onderzoek keek ook naar hoeveel tijd mensen aan hun sport besteden, zodat we weten hoeveel elke sport per uur kost. Daaruit blijkt dat fitness per uur bijvoorbeeld bijna net zo duur is als zwemmen.
Het Mulier Instituut brengt ook veel breder alle Consumentenuitgaven aan sport in kaart. Uit het onderzoek van 2023 kunnen we de volgende conclusies trekken:
- Het onderzoek kijkt naar wat huishoudens uitgeven aan verschillende zaken; van sport tot kranten tot weekendjes weg. Daarin zit sport al enkele jaren stabiel in de middenmoot: de meeste Nederlanders bezuinigen eerder op uitgaan, uit eten en vakanties dan op sport. Voor 2023 zien we dat 35% van de huishoudens bezuinigt op sport, bij 58% blijven de uitgaven gelijk en 8% van de huishoudens is iets méér gaan uitgeven aan sport[2].
- Mensen werd in dit onderzoek ook gevraagd: vind je de kosten van sport bezwaarlijk? Daarop antwoordde 38% dat ze de kosten van sport inderdaad bezwaarlijk vinden. Opvallend genoeg vond in 2019 en 2021 nog 30% van de ondervraagden deze kosten bezwaarlijk. Een flinke stijging dus. Wellicht hangt deze stijging van ‘bezwaarlijkheid’ samen met de daling van het consumentenvertrouwen en het vrij besteedbaar inkomen in dezelfde periode[2].
- Goed om te beseffen is dat deze cijfers anders uitpakken voor mensen met een benedenmodaal inkomen. Van die groep vond in 2023 47% de kosten van sport bezwaarlijk[2]. In 2024 onderzocht het Mulier Instituut opnieuw de ‘bezwaarlijkheid’ van sport en daaruit blijkt dat het aantal Nederlanders met een benedenmodaal inkomen dat de kosten van sport bezwaarlijk vindt, nog eens steeg naar 57%[3].
Uit bovenstaande kunnen we de volgende conclusies trekken:
- Voor de meerderheid van de Nederlanders zijn de kosten van sport niet bezwaarlijk, of geen drempel om te gaan sporten[4,5].
- Voor gezinnen met een lager inkomen dan gemiddeld, zijn de kosten van sport wel bezwaarlijk. Dat is relevante informatie voor gemeenten en sportaanbieders, want dit betreft kwetsbare groepen die toch al achterblijven in sportdeelname.
Opzeggingen lidmaatschap
Er zijn verschillende redenen om een lidmaatschap bij een sportvereniging of fitnesscentrum op te zeggen. Maar hoe vaak heeft het opzeggen te maken met de kosten? En leidt dat vervolgens tot minder sportdeelname in ons land? Het meeste recente onderzoek van Mulier Instituut (2024) laat zien:
- Tussen mei 2023 en mei 2024 heeft 13% van de huishoudens een lidmaatschap van een sportvereniging opgezegd. Maar in dezelfde periode sloot 12% ook minstens één nieuw sportlidmaatschap af. Dit is vergelijkbaar met eerdere jaren[3].
- Tussen mei 2023 en mei 2024 heeft 10% een abonnement bij een andere sportaanbieder opgezegd. Maar in dezelfde periode sloot 11% een nieuw abonnement bij een andere sportaanbieder af. Ook dit is vergelijkbaar met eerdere jaren[3].
Deze aantallen zeggen echter niets over het totale saldo opzeggingen en nieuwe lidmaatschappen/abonnementen, omdat een gezin meerdere lidmaatschappen/abonnementen kan hebben.
Motieven voor opzeggen
Waarom zeggen mensen een lidmaatschap of abonnement op?
- Al sinds 2016 was ‘het niet meer leuk vinden’ van de sport de belangrijkste opzegreden bij een sportvereniging. In 2024 bleek de belangrijkste opzegreden echter ‘te duur’ te zijn. Het betrof 32% van de opzeggingen; dit aandeel is sinds 2016 verdubbeld[3].
- Ook bij een fitnessabonnement was ‘te duur’ de belangrijkste reden om op te zeggen in 2023/2024. Dit betrof 30% van de opzeggingen, maar dit aandeel is wel gedaald sinds 2019[3].
- Ook hier geldt weer: vooral gezinnen met een benedenmodaal inkomen geven ‘te duur’ als belangrijkste reden om hun lidmaatschap of abonnement op te zeggen[3].
Gevolgen van opzeggen
Het opzeggen van een lidmaatschap hoeft niet per definitie te betekenen dat mensen stoppen met sporten. Het Mulier Instituut heeft hiernaar gevraagd.
- Iets minder dan de helft (46%) van de opzeggers geeft aan dat ze na het stopzetten van een verenigingslidmaatschap ook minder zijn gaan sporten. Dit aandeel is lager dan in de voorgaande jaren. Er lijken dus meer mensen te blijven sporten na het opzeggen van een verenigingslidmaatschap.
- Bij een opzegging van een fitnessabonnement geeft 40% aan minder te gaan sporten. Ook hier lijken meer mensen te blijven sporten na de opzegging.
- Kanttekening hierbij is echter dat huishoudens met een verslechterde financiële situatie oververtegenwoordigd zijn in de groep die minder is gaan sporten na het opzeggen van hun lidmaatschap[3].
Wat kun je als sportaanbieder of gemeente met deze inzichten?
We weten nog niet alles over de invloed van prijs op het sportgedrag, maar uit het onderzoek van het Mulier Instituut blijkt wel dat ‘te duur’ in 2024 de belangrijkste opzegreden was en dat vooral gezinnen met een lager inkomen de kosten van sport bezwaarlijk vinden. Wat kun je hier nu mee als sportaanbieder of gemeente, ten aanzien van je tarievenbeleid en investeringen in sport en bewegen?
Sportaanbieders
Veel sportverenigingen maken zich zorgen over hun financiële situatie, door onder andere stijgende kosten[6]. Sportaanbieders moeten hun prijzen verhogen om kostendekkend te blijven. Uit de contributieprijzen en toegangsprijzen monitor blijkt echter dat de prijzen nog niet zo sterk stijgen als de inflatie. Mogelijk omdat sportverenigingen bang zijn dat de leden hun lidmaatschap dan opzeggen.
Als sportaanbieder kan je bij meerkosten de lidmaatschapsprijzen wel verhogen, maar niet te veel en onderbouw dit goed. Help leden uit lage inkomensgroepen met het zoeken naar financiële regelingen om te kunnen blijven sporten. Communiceer bijvoorbeeld in eenvoudige en duidelijke taal welke regelingen binnen jouw regio beschikbaar zijn om deel te kunnen nemen aan sport. Of iemand sport als ‘te duur’ ervaart, hangt namelijk niet alleen af van de prijs van het lidmaatschap, maar ook van iemands besteedbaar inkomen. En welke kosten eromheen zitten om de sport en eventuele extra activiteiten te kunnen doen.
In positieve zin weten we dat als je meer biedt als vereniging, je ook hogere prijzen kunt vragen. De prijs van een lidmaatschap wordt minder snel als ‘te duur’ gezien[3]. Denk daarbij aan goed vrijwilligersbeleid, de derde helft, activiteiten naast de competitie, enzovoorts. Tevreden leden zijn eerder bereid meer te betalen dan ontevreden leden.
Gemeenten
Als gemeente kun je verschillende regelingen inzetten om de sport betaalbaar te houden voor jouw inwoners met een laag inkomen. Hierbij is het belangrijk om de regelingen goed vindbaar en begrijpelijk te maken. Bij veel gemeenten is hierop nog te verbeteren[7]. Enkele aanbevelingen waarmee je rekening kunt houden:
- Zorg voor een verbinding met andere lokale regelingen voor inkomensondersteuning. Maak iemand in de gemeente verantwoordelijk voor het overzicht van sport- en zwemregelingen.
- Sluit aan bij de leefwereld van mensen in armoede en maak regelingen ook begrijpelijk voor mensen die laaggeletterd zijn.
- Monitor of je de doelgroep bereikt die extra drempels ervaren om te sporten en/of zwemles te volgen. Denk aan mensen met een beperking, mensen met een migratieachtergrond en kinderen uit eenoudergezinnen.
- Werk samen met ervaringsdeskundigen om deze groepen te bereiken[7].
Uit alle cijfers blijkt dat mensen uit lage inkomensgezinnen meer belemmeringen ervaren bij sport en bewegen, zeker als de sport duurder wordt of het besteedbaar inkomen daalt. Toch is financiële toegankelijkheid niet de enige uitdaging. Zelfs als het sportaanbod gratis is, zou een deel niet gaan sporten[3]. Belemmeringen als gebrek aan rolmodellen, onvoldoende ervaring met de sportcultuur, geen zin of tijd hebben of willen maken, ervaren (gezondheids)beperking, spelen een rol.
Meer lezen
- Bekijk hier de volledige factsheet van het Mulier Instituut over ‘Bestedingen per uur sporten’
- Lees ook het volledige onderzoek van het Mulier Instituut over ‘Consumentenuitgaven aan sport’
- Bekijk hier het volledige onderzoek van het Mulier Instituut en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen over ‘Opzegging lidmaatschap van sportvereniging en fitnesscentrum’
- 3 inzichten over betaalbare sport in meer en minder stedelijke gemeenten
- Lees meer over de betaalbereidheid van sport in de kennis- en innovatiescan van het ‘wicked problem’ betaalbaarheid van sport.
- Jeugd in armoede: cijfers, beleid en praktijk
Bronnen
- Rebel, & Mulier Instituut (2024). SROI sport en bewegen 2024: wat is het maatschappelijk rendement van sport en bewegen?. Utrecht: Kenniscentrum Sport & Bewegen.
- Eldert P van, Hover P. Consumentenuitgaven aan sport 2023. Utrecht: Mulier Instituut; 2024
- Hover P, Heijnen E. Opzeggen en afsluiten sportlidmaatschappen: frequentie, motivatie en gevolgen voor sportdeelname, factsheet 2024/43. Utrecht: Mulier Instituut; 2024.
- Késenne S. Hebben niet-sporters te weinig geld of te weinig tijd? In A. Elling, & F. Kemper (Reds.), ‘Het kost veel tijd en je wordt er moe van’. Verklaringen voor sportdeelname en inzichten in de leefwereld van niet-sporters (pp. 75-82). Arko Sports Media/W.J.H. Mulier Instituut; 2011
- Taks, M. Sociale gelaagdheid in de sport: een kwestie van geld of habitus? Katholieke Universiteit Leuven; 1994.
- RVVB. Betaalbaarheid sportverenigingen. Register voor Verenigingsbestuurders; 2024.
- Stuij M, Pulles I, Hoogendijk R, Dalhuisen C,Prent J. Sport- en zwemlesregelingen voor mensen met een laag inkomen: onderzoek naar lokale aanwezigheid en aanvragen. Utrecht: Mulier Instituut: 2024.